Sound, en hoe die tot stand komt

 

Geluid ontstaat door lucht in trilling te brengen.

De volgende 'onderdelen' van de geluidsketen hebben daar invloed op:

   
De bron
Dit zijn meestal instrumenten, zoals een piano of een saxofoon. Vrijwel iedereen herkent de klank van verschillende instrumenten, zeker na aandachtige beluistering. Het is ook gewoon een leuke luisteroefening die je met iedereen kunt doen: Welke instrumenten hoor je nu?
Dan is er nog de invloed van electronica in de bron. Je kunt tegenwoordig bijv. op een electrische gitaar ook min of meer een electrische piano laten klinken. Een meestergitarist als Pat Metheny is ook een meester in electronica en mede daardoor heeft hij voor zoiets algemeens als 'de electrische gitaar' toch een eigen sound ontwikkeld, ook wel een 'signature sound' genoemd.
   
Het lichaam
  • Zelfs bij een mechanisch instrument als bijv. een piano valt het op dat iemands lichaam toch van invloed is op de klank. Denk aan iemands toucher, dus de manier waarop een pianist(e) de toetsen beroerd;
  • Tijdens uitvoeringen klinkt iemand die volstrekt stil zit anders dan iemand die in de muziek meebeweegt;
  • Voor musici die een blaasinstrument bespelen is al meteen duidelijk dat bijv. de grootte van hun mondholte, de lipspanning of de kwaliteit van hun gebit (trompet) van grote invloed zijn op het klinkende resultaat;
  • Grote of kleine handen, een absoluut gehoor, jetlag, de omgevingstemperatuur, stress of spierkracht (bijv. bij contrabassisten); de lijst van fysieke invloeden op het klinkende resultaat is haast oneindig.
   
Het transport
Iedereen streeft naar een zo kort mogelijke keten van de bron naar het oor. Vooral door de komst van digitale technieken wordt die keten meestal langer omdat een 'kopie' dan niet meer veschilt van 'het origineel'. Meestal is de transportfase niet erg inzichtelijk; je komt als luisteraar vrijwel nooit te weten hoe dit precies is verlopen.

Maar een paar voorbeelden helpen wel om dit goed te begrijpen:

  • De lucht die zich in een blaasinstrument verplaatst van mondstuk naar klankbeker. Bij een instrument dat hoog klinkt is die lengte veel korter dan bij een instrument dat laag klinkt;
  • De opnamemicrofoons die worden gebruikt om het geproduceerde geluid op te kunnen slaan of weer te kunnen geven;
  • De studio waarin is opgenomen, de microfoonopstelling en het daar gebruikte mengpaneel;
  • De studio waarin de uiteindelijke geluidsdrager is samengesteld;
  • De fabriek waar de geluidsdrager is vermenigvuldigd;
  • Het transportsysteem van live-opnamen naar bijv. radio-luisteraars thuis;
  • De kwaliteit van de gebruikte bekabeling, pluggen en connectors;
  • De kwaliteit van de gebruikte compressiemethoden, zoals MP3's;
  • etc.

Je hoeft geen geluidstechnicus te zijn om te begrijpen dat de hele transportfase met de daarin gebruikte componenten van grote invloed is op het klinkende resultaat. Meestal blijft er voor thuisgebruik maar een slap aftreksel over van wat er live werd gespeeld. Dat geldt zowel voor opnames in een opnamestudio als in een concertzaal.

   
De ruimten

Het is vrijwel onmogelijk om thuis de klank te reproduceren die in de concertzaal live tot klinken komt. Zelfs niet als je dezelfde musici thuis zou laten optreden, want een concertzaal is geoptimaliseerd voor het laten horen van live muziek (bijv. door demping en nagalm). Maar zelfs dan kan het misgaan. Wij zijn eens vroegtijdig vertrokken tijdens een jazzconcert in het Concertgebouw, een van de drie beste concertzalen ter wereld. Wij hadden goede plaatsen en toch was het geluid niet om aan te horen. De musici speelden alsof ze elkaar niet goed konden horen. Dat kwam waarschijnlijk doordat men de instrumenten versterkte in een ruimte die voor acoustische muziek is ontworpen.

Maar in het Concertgebouw pakt het meestal wel goed uit. Bijvoorbeeld de 3e symfonie van Gustav Mahler onder Riccardo Chailly is daar door het Concertgebouworkest bijna perfect opgenomen; dus ook thuis zijn deze opnamen heel goed bruikbaar om te ervaren wat je dan kunt bereiken.

Even terzijde: Niet iedereen weet dat die opnames in de Grote Zaal gemaakt zijn op de plaats waar het publiek normaal zit. Dus de geluidsbalans is voor die grote orkeststukken niet op het podium maar in de zaal het beste en dat typeert natuurlijk ook wel de ontwerpkwaliteit van die ruimte. Ook toen al kwamen de luisteraars (en niet de musici) op de eerste plaats!

Om tot een goed klinkend resultaat te komen zijn ook thuis nog allerlei aanpassingen mogelijk. Dat hangt bijv. samen met je muziekvoorkeur, luisterruimte, huidige installatie en budget. Vaak kun je met kleine aanpassingen al veel verbeteren. Ik heb bijv. zelf na lang uitproberen de speakers ongeveer halverwege langs de wand in de kamer gezet. Dat doet vrijwel niemand maar in ons geval klinkt er veel 'podiumdiepte' in een goede opname omdat er achter de speakers ongeveer evenveel ruimte is als daarvoor. De optimale plaats vinden voor speakers in een ruimte kost dus wel tijd, maar vergt geen extra investering.
Onze muziekvoorbeelden, installatie en ruimte kun je overigens allemaal komen beluisteren als je je per email aanmeldt voor een luisteravond; dan kunnen we ook meteen bespreken welke verbeteringen in jouw situatie het meest voor de hand liggen en wat het verwachte effect zal zijn.
   
De luisteraar
De luisteraar is het meest belangrijk in de muziekketen van bron tot oor. Want als een geluid eenmaal je oor binnenkomt gaan je persoonlijke eigenschappen met het geluid aan de haal om er je eigen en unieke klinkend resultaat van te maken. Niemand ervaart letterlijk hetzelfde als je met iemand anders naar dezelfde muziek luistert, maar je kunt natuurlijk wel met elkaar afstemmen over gemeenschappelijke luisterervaringen. Probeer bijvoorbeeld eens een kleur te geven aan wat je hoort.
Dit basisidee van een luisteraar die de klank 'afmaakt' in zijn hoofd is een typisch idee van het impressionisme, bijvoorbeeld zoals dat is toegepast door de componist Claude Debussy. Maar ook in andere kunstuitingen binnen het impressionisme is dat uitgangspunt gehanteerd, bijv. in de schilderkunst van Claude Monet; afbeeldingen waar je zelf (gelukkig) nog van alles bij kunt denken.

Denk verder ook aan feitelijke verschillen op het moment dat je met iemand samen luistert:

  • Je kunt extra moe zijn of last hebben van jetlag;
  • Je kunt een hekel hebben aan een instrument en daardoor niet toegankelijk zijn voor wat er op dat moment te horen is;
  • Een musicus kan in jouw oren vals intoneren terwijl iemand anders dat niet hoort;
  • Mensen met een absoluut gehoor luisteren anders dan iemand die dat niet heeft;
  • Verschillen in eten en drinken (alcohol!) kunnen van invloed zijn op je luisterervaring;
  • Soms kan iemand de muziek niet meer horen door een slechte opname;
  • De ene luisteraar heeft meer luisterervaring dan de andere;
  • Enz.
Er zijn dus veel feitelijke verschillen tussen luisteraars die erin resulteren dat je dezelfde muziek ook echt anders kunt ervaren. Maar het belangrijkste verschil zit volgens mij tussen onze oren. Daarmee bedoel ik de verschillende conditionering van onze hersenen en dus ons verschillend vermogen om uit georganiseerd geluid de muzikale inhoud te ervaren.
Ik heb nog niet veel wetenschappelijk onderzoek gezien naar de precieze relatie tussen klank en individuele beleving, dus voorlopig houd ik het op deze eigen inschatting. Ook zonder de bevestiging van wetenschappelijk onderzoek weet ik vrijwel zeker dat muziek iemands voorstellingsvermogen en creativiteit bevordert en daardoor een wezenlijke bijdrage kan zijn aan onze eigen levenskwaliteit, zeker ook in relaties met anderen.
 
Reactie

Je vragen, tips en aanbevelingen over muziek kun je tweeten maar ook per email aan mij doorgeven door hier te klikken op email naar Ton Vermeulen » en de email te verzenden.